Cursus Nederlandse paleografie, 16e t/m 18e eeuw
  1. Inleiding
  2. Ontwikkeling van het handschrift tot de achttiende eeuw
  3. Basisvormen van letters in zeventiende-eeuws handschrift
  4. Cijfers en getallen
  5. Afkortingen
  6. Hulpmiddelen

2. Ontwikkeling van het handschrift tot de achttiende eeuw

Het schrift, zoals wij dat kennen, is gebaseerd op het Romeinse alfabet. En het waren dan ook de Romeinen die het schrift in de Lage Landen introduceerden. Het Romeinse schrijfplankje (29 na Christus) dat gevonden werd in de terp van Tolsum is het oudste schriftelijke document uit Nederland. Na de val van het Romeinse Rijk in 476 na Christus, raakte de schriftcultuur in deze contreien echter weer in verval. Pas tijdens het bewind (768-814) van Karel de Grote, kwam de schriftcultuur weer voorzichtig tot bloei.

Karolingische minuskel, achtste eeuw


Van boven naar beneden: een Karolingische minuskel (11e eeuw), een Gothische minuskel (13e eeuw) en een Humanistische minuskel (15e eeuw).

Hoewel Karel de Grote zelf nauwelijks kon schrijven, onderkende hij het belang van een uniform schrift voor het bestuur van zijn rijk. In het scriptorium van zijn paleis te Aken ontwikkelden zijn klerken daarom een nieuwe handschriftstijl, de zogeheten Karlonigische minuskel. Dit schrift had uniforme, duidelijk van elkaar onderscheiden letters met afgeronde vormen. Het gebruik van herkenbare hoofdletters en spaties tussen woorden – iets wat daarvóór helemaal niet vanzelfsprekend was – werd bij de Karolingische minuskel tot standaard verheven.

Gothische minuskel, dertiende eeuw

Rond 1200 ontstond in Frankrijk een variant op de Karolingische minuskel, die zich van daaruit over heel West-Europa verspreidde. De letters werden versmald, zodat er meer letters op een tekstregel pasten. Ook gebruikten schrijvers steeds vaker een bredere pen om het verticale effect van de letter te benadrukken. Doordat het met een bredere pen moeilijker is om de bogen van de letters vloeiend rond te trekken, werd het schrift spitser en hoekiger. In het Latijn sprak men over 'littera fractura' (geknakte letters). Het letterype is echter beter bekend als de Gothische minuskel.

Humanistische minuskel, dertiende eeuw

Eveneens in de dertiende eeuw werd in Florence een schrift ontwikkeld dat welbewust van de Gothische vorm afweek. Dit schrift, dat ronder en minder smal was, is bekend geworden onder de veelbetekenende naam 'Humanistische minuskel'. Dit type handschrift was vooral populair bij Humanistische geleerden, die deze schrijfwijze dichter bij de 'oorspronkelijke' Romeinse vorm vonden staan.

Toenemend belang van de cursief, vijftiende eeuw

In de late Middeleeuwen krijgt het schrift een steeds belangrijkere plaats in de samenleving. Het is niet langer het exclusieve domein van kloosters en kanselarijen. Ook voor particuliere administraties maakt men steeds meer gebruik van geschreven documenten en boekhoudingen. Dit was voor een deel het gevolg van voortschreidende processen van staatsvorming en commercialisering. Maar minstens zo belangrijk was de introductie en verdere verspreiding van het gebruik van papier vanaf de vijftiende eeuw. Voor geschreven teksten was men daardoor niet langer aangewezen op het kostbare perkament. En het schrift kon dientengevolge ook aangewend worden voor trivialere doeleinden dan oorkonden en kloosterliteratuur.

Naarmate het schrift meer werd toegepast, werd de snelheid waarmee men schreef steeds belangrijker. Langzaam aan won de cursief of lopende letter dan ook aan populariteit. Door de letters aan elkaar te schrijven hoefde men de pen niet meer voor elke letter van het papier te lichten. Vanuit de Humanistisch minuskel ontwikkelde de Florentijnse geleerde Niccolò Niccoli (ca.1364-1437) in 1420 de Humanistische cursief. Vanuit de Gothische minuskel ontwikkelden zich eveneens lopende schriften, zoals de Oudhollandse gothische cursief en de Duitse kurrente.

Variatie in schrijfstijlen in de zeventiende eeuw

Aan het eind van de zestiende eeuw krijgt de cursief steeds meer de overhand in handgeschreven stukken in de Nederlanden. Tot het eind van de zeventiende eeuw werden meerdere varianten van de Oudhollandse gothische cursief, de Duitse kurrente en de Humanistische cursief naast (en door) elkaar gebruikt in verschillende variaties. Vanaf het einde van de zeventiende eeuw krijgt de Humanistische cursief duidelijk de overhand.

Literatuur