Cursus Nederlandse paleografie, 16e t/m 18e eeuw
  1. Inleiding
  2. Ontwikkeling van het handschrift tot de achttiende eeuw
  3. Basisvormen van letters in zeventiende-eeuws handschrift
  4. Cijfers en getallen
  5. Afkortingen
  6. Hulpmiddelen

1. Inleiding

Paleografie (Grieks: παλαιός - 'oud', γράφειν - 'schrijven') is een hulpwetenschap van de geschiedschrijving. Ze houdt zich bezig met het bestuderen en ontcijferen van oude handschriften. Voor wie archiefstukken van vóór 1800 wil raadplegen is kennis van paleografie onontbeerlijk.

Het handschrift uit vroegere eeuwen wijkt vaak sterk af van het moderne handschrift en is voor de ongeoefende lezer doorgaans niet of slechts zeer moeilijk te lezen. Niet alleen wijken de vormen van de letters af, oude handschriften bevatten ook vaak in onbruik geraakte afkortingen, contracties en ligaturen. Daarnaast kent het Nederlands van vóór 1800 een afwijkende spelling en een afwijkende woordenschat.

Het leren lezen van oude handschriften vergt vooral veel oefening. Net als nu, was ook vroeger elk handschrift anders. Maar er zijn ook enige regels en algemene kenmerken waarvan je op de hoogte moet zijn. In het handboekgedeelte van deze website zullen we nader op deze algemeenheden ingaan. Met de oefenmodule kan je zelf oefenen in het lezen van oude handschriften. In het hoofdstuk Hulpmiddelen vind je een thematisch geordend overzicht van de papieren en digitale hulpmiddelen die je ter beschikking staan bij het lezen van oude handschriften.